Wafels, oliebollen, kniepertjes: oud & nieuw tradities variëren van streek tot streek, en zelfs van familie tot familie. In mijn familie regeerde de wafels, met de keuze uit dik en luchtig of dun en krokant. Met de komst van schoonfamilie kwamen er oliebollen en appelbeignets bij. Zo komt het dat nu wafels én oliebollen op tafel staan, aangevuld met deze appel-amandelbeignets uit de oven. Gevuld met amandelspijs en bestrooid door knisperende kaneelsuiker doe je met deze koeken iedereen een plezier. Dus mocht je geen fan zijn van de wafel- en frituurdampen, schuif dan zeker zo’n plaat van deze beignets in de oven.
Appelbeignets met amandelspijs uit de oven, voor 10 stuks:
- 20 plakjes roomboterbladerdeeg (diepvries)
- 2 friszoete handappels, bijv. jonagold
- 3 eetlepels suiker
- 1 ei
- 50 gram amandelspijs
- 1 theelepel gemalen kaneel
Extra: appelboor, bakplaat met bakpapier, evt. ronde uitsteker
Laat de deegplakjes op kamertemperatuur ontdooien. Verwarm de oven voor tot 200 ºC.
Schil de appels en verwijder met een appelboor de klokhuizen. Snijd van elke appel 5 plakken van 1 cm dikte en van gelijke grootte. Wentel de appelringen door de helft van de suiker.
Klop het ei los. Meng de amandelspijs met 1½ theelepel losgeklopt ei en een mespunt kaneel.
Leg de appelringen op 10 deegplakjes. Vul de appelholtes met de amandel-kaneelspijs. Maak het deeg rond de appel met een beetje water vochtig. Dek de appelringen af met een tweede deegplakje en druk het deeg rond de appel goed dicht. Steek of snijd de appelkoeken rond uit en druk de naden eventueel nogmaals met een vork aan.
Leg de appelbeignets op de bakplaat. Bestrijk ze dun met losgeklopt ei.
Bak de appelbeignets in de oven in ongeveer 20 minuten goudbruin en gaar. Meng intussen de rest van de suiker met de rest van de kaneel.
Leg de warme appelbeignets op een schaal en bestrooi ze met de knisperende kaneelsuiker.
Bereiden: 20 minuten
Oven: 20 minuten
