Een plaattaart is eenvoudig te maken, en ideaal om royaal uit te delen. Weinig tijd? Zo’n plaattaart kun je prima een dag eerder bakken. Daar wordt zo’n taart alleen maar lekkerder van.
Appel-kaneelplaattaart, voor 16 personen:
- 500 gram bloem
- 200 gram ongezouten roomboter, op kamertemperatuur
- 275 gram suiker
- 2 eieren
- 1½ kg handappels
- 2 theelepels kaneel
- 1 zakje heldere taartgelei van 12 gram
Extra: keukenmachine of mixer met deeghaken, bakplaat van 35 x 30 cm met opstaande rand van 3 cm en bakpapier, vershoudfolie
Kneed in de keukenmachine of met de mixer van de bloem, de boter, 175 gram suiker, de eieren en een snuf zout een soepel deeg. Kneed het deeg eventueel in twee porties. Laat het deeg verpakt in vershoudfolie 30 minuten rusten in de koelkast.
Schil intussen de appels, snijd ze in kwarten en verwijder het klokhuis. Snijd de appels in blokjes en meng ze met 75 gram suiker en de kaneel.
Verwarm de oven voor tot 180 °C. Rol het deeg uit en bekleed de bodem en opstaande rand van de bakplaat ermee. Verdeel het appelmengsel over het deeg.
Bak de plaattaart in de oven in ongeveer 40 minuten goudbruin en gaar.
Breng in een steelpan 250 ml water met de resterende 25 gram suiker aan de kook. Roer intussen de taartgelei met 3 eetlepels koud water los.
Neem de pan van het vuur en voeg de aangemaakte taartgelei toe. Breng opnieuw aan de kook en lepel of kwast de warme gelei dan direct over de plaattaart.
Laat de taart op de bakplaat afkoelen en de gelei opstijven. Snijd de appelplaattaart met een scherp mes in 16 mooi stukken of repen.
Bereiden: 30 minuten
Wachten: 30 minuten
Oven: 40 minuten
