In de winter is de keuze aan vers fruit beperkt. De diepvries is dan mijn beste vriend voor fruitdesserts. Met bijvoorbeeld blauwe bessen of frambozen, die in de zomer op hun best zijn geplukt. De snelste vanillesaus maak ik door een bol vanilleroomijs – van goede kwaliteit uiteraard! – te smelten. Met een scheutje amaretto geef ik extra smaak aan de saus.
Wintercobbler met vanille-amarettosaus, voor 4 personen:
- 3 appels
- 2 sinaasappels
- 250 gram blauwe bessen (diepvries)
- 75 gram suiker
- 175 gram bloem
- 7 gram bakpoeder
- 100 gram roomboter
- 200 ml houdbare slagroom
- 3 bollen vanilleroomijs
- 2 eetlepels amaretto
- poedersuiker
Extra: ovenschaal van 24 cm ø, keukenmachine of mixer
Verwarm de oven voor tot 200 ºC. Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in blokjes. Schil ook de sinaasappels en snijd de partjes tussen de vliezen uit. Snijd de partjes in stukjes.
Meng in de ovenschaal alle fruit met 40 gram suiker.
Kneed in de keukenmachine of met de mixer de bloem, het bakpoeder, de boter en de resterende 35 gram suiker tot fijne deegkruimels. Voeg de slagroom toe en klop tot een dik, schepbaar beslag.
Schep met een natte ijsbolletjestang 7 dotten beslag op het fruit; houd onderling een ruime afstand want het beslag vloeit nog uit.
Bak de cobbler in de oven in ongeveer 25 minuten, tot het fruit bubbelt en de deegdotten goudbruin en gaar zijn.
Laat intussen op kamertemperatuur het ijs smelten tot een vanillesaus. Roer er de amaretto door.
Bestrooi de cobbler met poedersuiker en serveer warm met de amaretto-vanillesaus.
Bereiden: 20 minuten
Oven: 25 minuten
