CREME FRAICHESORBET

met vanille en frambozencoulis

CREME FRAICHESORBET

Ik ben een enorme sorbetliefhebber. Zelf sorbetijs maken is ontzettend eenvoudig. De variaties zijn oneindig: uiteraard met fruit, maar ook met zuivel, koffie, chocolade en bier of wijn als basis draai ik sorbetijs. De heerlijke frambozensaus is ook al de eenvoud zelve, en serveer ik net zo graag over roomijs, in yoghurt of kwark en bij een fruittaartje.

Crème fraîchesorbet met vanille en frambozen, voor 4 personen:
  • 1 blaadje witte gelatine
  • 1 vanillestokje
  • 175 gram suiker
  • 200 gram crème fraîche
  • 300 gram frambozen
  • sap van 1 limoen

Extra: ijsmachine

Week het blaadje gelatine 5 minuten in een kom met ruim koud water. Snijd intussen het vanillestokje in de lengte open en schraap het merg eruit.

Breng 125 ml water met het vanillemerg en 125 gram van de suiker aan de kook. Los al roerend de suiker op en neem de pan van het vuur.

Los het goed uitgeknepen blaadje gelatine in de warme siroop op en laat afkoelen tot kamertemperatuur.

Roer intussen de crème fraîche los met een deel vanillesiroop. Roer vervolgens de rest van de siroop erdoor en zet de sorbetbasis minstens 1 uur in de koelkast.

Kook voor de frambozencoulis 200 gram van de frambozen met de laatste 50 gram suiker en het limoensap 5 minuten zachtjes. Wrijf de frambozenpuree door een fijne zeef, om de pitjes te verwijderen, en laat de coulis afkoelen.

Draai van de sorbetbasis in de ijsmachine volgens de aanwijzingen van de machine een smeuïg sorbetijs. Bewaar het ijs eventueel in de diepvries.

Schep van het sorbetijs mooie bollen in een coupe. Schenk er een beetje frambozencoulis bij en garneer met de rest van de frambozen.

Bereiden: 40 minuten
Wachten: 1 uur