Deze frisse chutney met steranijs en venkelzaad doet het goed bij kaas en paté. Met een kilootje rabarber maak je meteen een leuk aantal potjes. Op een koele, donkere plek zoals de kelder zijn ze zeker 12 maanden te bewaren. Ook fijn voor een spontaan cadeautje.
Kruidige rabarberchutney, voor 3 potjes:
- 400 gram rabarber
- 1 rode ui
- 100 gram gedroogde vruchtjes, bijv. frambozen, abrikozen en/of dadels
- 100 ml frambozenazijn
- 200 gram rietsuiker
- 1 stuk steranijs
- ½ theelepel venkelzaad
- ½ theelepel gemalen kaneel
Extra: 3 schone potjes van elk 225 ml)
Zet voor je begint een schoteltje in de diepvries, om straks de juiste dikte te testen. Maak de rabarber schoon en snijd de stengels in stukjes van ½ cm. Snipper de ui fijn en snijd ook de gedroogde vruchtjes in kleine stukjes.
Breng in een pan met dikke bodem de rabarber met de rest van de ingrediënten aan de kook. Draai het vuur laag en laat in ongeveer 30 minuten tot jamdikte inkoken. Roer af en toe. Controleer of de chutney de juiste dikte heeft door een beetje chutney op het ijskoude schoteltje te laten vallen: de chutney mag niet meer uitlopen. Nog niet dik genoeg? Kook de chutney dan iets langer en test opnieuw.
Schep de warme chutney in de potjes. Sluit ze en laat de potjes omgekeerd 15 minuten afkoelen. Keer de potjes weer en laat verder afkoelen. Lekker met geitencamembert en knapperig zuurdesembrood.
Bereiden: 45 minuten + afkoelen
