Aan het einde van een week foodstyling puilt mijn koelkast vaak uit met restjes groenten. Piccalilly is dan mijn antwoord. Voor piccalilly kun je allerhande groenten nemen. Bloemkool, ui, paprika en wortels zijn veel voorkomende groenten, maar ook courgette, sperziebonen, pastinaak en bleekselderij lenen zich prima. Kook stukjes harde groenten eerst beetgaar, zachte groenten kun je meteen gebruiken.
Piccalilly, voor 2-3 potten:
400 gram bloemkool of groenten naar wens
2 theelepels kurkuma
1 theelepel mosterdpoeder
2 theelepels kerrie
25 gram bloem
250 ml witte wijnazijn
125 gram suiker
3 zoetzure augurken
Extra: 2-3 schone potten
Snijd de bloemkool in kleine roosjes en stukjes van 2 cm. Kook de bloemkool in 4 minuten knapperig gaar.
Meng de kurkuma met het mosterdpoeder, de kerrie en de bloem. Roer er zoveel wijnazijn door tot er een glad papje ontstaat. Breng de rest van de wijnazijn met de suiker aan de kook. Roer het papje nogmaals door en schenk bij de wijnazijn. Laat 1 minuut zachtjes koken en binden.
Snijd de augurken in stukjes van ½ cm. Voeg de bloemkool en de augurk toe aan de wijnazijn en laat nogmaals 1 minuut koken. Neem de piccalilly van het vuur en schep in schone potten; een jamtrechter is een ideaal hulpstuk om te zorgen dat de potranden schoon blijven.
Sluit de potten en laat ze omgekeerd 10 minuten afkoelen. Keer de potten weer en laat de piccalilly helemaal afkoelen. Bewaar de piccalilly op een koele plek.
Bereiden: 20 minuten + afkoelen
