Pastéis de bacalhau is de oorspronkelijke naam van deze zilte Portugese viskroketjes. Maak meteen een dubbele portie en vries in. Lekker voor de borrel of zomerlunch. Let op: begin een dag van tevoren met het weken van de bakkeljauw.
Portugese viskroketjes piri-piri, voor 4-6 personen:
- 300 gram bakkeljauwfilets (gezouten en gedroogde kabeljauwfilets)
- 350 gram kruimige aardappelen
- 1 ui
- 2 tenen knoflook
- 1 eetlepel olijfolie + extra om te bakken
- 1 ei
- 75 gram bloem
- 1 takje peterselie
- 1 theelepel gedroogde chilivlokken
- 1 citroen
Extra: pureestamper
Spoel de bakkeljauwfilets onder stromend koud water af. Doe ze in een schaal met vers koud water en week ze 12 uur afgedekt op een koele plaats. Ververs het water regelmatig.
Boen de aardappelen schoon en kook ze in de schil in 20 minuten gaar. Breng de bakkeljauwfilets in schoon water aan de kook en kook ze 10 minuten.
Snipper intussen de ui en hak de knoflook fijn. Hak de peterselie fijn. Verhit in een koekenpan de olijfolie. Fruit de ui en de knoflook 3 minuten zonder te kleuren.
Laat de aardappelen uitdampen en iets afkoelen. Verwijder de schil en doe de aardappelen in een kom. Voeg de bakkeljauwfilets in stukken, de gefruite ui en de knoflook toe. Stamp alles tot een smeuïge puree.
Voeg het ei en de bloem toe en meng goed. Breng de puree op smaak met de peterselie en de chilivlokken. Vorm met twee vochtige lepels kroketjes van het pureemengsel en leg ze op een schaal.
Verhit in een koekenpan een flinke laag olijfolie zodat de kroketjes half in de olie liggen. Bak de kroketjes in de hete olie in 4-5 minuten goudbruin en gaar. Keer ze voorzichtig.
Laat de kroketjes op keukenpapier uitlekken en serveer met partjes citroen.
Bereiden: 40 minuten
Wachten: 24 uur
