Een soufflé is zó leuk om te maken! Souffleren komt van het Franse souffler en betekent opblazen of lucht geven. Het is eigenlijk een luchtige bechamelsaus, die je zoet en op smaak brengt. Met suiker, sinaasappel en yoghurt in dit geval. Met soufflés kun je eindeloos variëren. Belangrijk is om je nieuwsgierigheid te bedwingen en de oven tijdens het bakken niet te openen. En serveer ze meteen, zodat ze mooi en hoog gerezen op tafel komen.
Sinaasappel-yoghurtsoufflé, voor 6 personen:
- 25 gram ongezouten roomboter + extra om in te vetten
- 100 gram suiker
- 3 sinaasappels
- 30 gram bloem
- 10 gram maïzena
- 250 ml melk
- 4 eieren
- 1 volle eetlepel Griekse yoghurt
- poedersuiker
Extra: 6 souffléschaaltjes van inhoud 150 ml, keukenmachine of mixer
Verwarm de oven voor tot 200 ºC. Vet de schaaltjes in met een beetje extra boter en bestuif ze met 25 gram suiker. Boen de sinaasappels schoon. Rasp de oranje schil van de vruchten.
Smelt in een sauspan de boter. Voeg de bloem en de maïzena toe en bak 1 minuut zachtjes. Schenk langzaam en al kloppende met een garde de melk erbij. Klop tot een gebonden saus.
Verwarm de saus 2 minuten zachtjes. Splits intussen de eieren. Klop de eidooiers met de resterende 75 gram suiker, de sinaasappelrasp en de yoghurt los.
Neem de pan van het vuur. Roer het dooiermengsel door de saus.
Klop in de keukenmachine of met de mixer de eiwitten tot stevige pieken. Spatel het eiwit luchtig door het soufflébeslag. Schenk het beslag in de vormpjes.
Bak de soufflés in de oven in 20 minuten goudbruin en gaar. Open tijdens het bakken de oven niet!
Zet de soufflés op 6 bordjes. Bestrooi ze met een beetje poedersuiker en serveer meteen.
Bereiden: 30 minuten
Oven: 20 minuten
